Een Hindernisbaan #NPOSestafette 

Rosanne is te bescheiden. Het heeft alles behalve lang geduurd voordat zij inzag dat onderzoekpraktijken in de wetenschap aan een opknapbeurt toe zijn. Open Science is daarvan het boegbeeld, maar dat symbolische woordenpaar staat voor veel meer. Zeker: wetenschap moet open zijn. Betaalmuren zijn een gotspe. Data moeten worden gedeeld. Protocollen moeten worden uitgewisseld. Codes moeten beschikbaar worden gesteld. Wetenschap is immers van en voor ons allemaal. Maar New Science betekent ook dat het wetenschapsbedrijf anders moet worden ingericht. De perverse prikkels moeten eruit en – hopelijk als gevolg daarvan – dubieuze onderzoekpraktijken (“questionable research practices”) moeten worden uitgebannen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een andere manier van publiceren. Eentje die direct is, en interactief en dynamisch – en natuurlijk open. De technologie is beschikbaar. De digitale infrastructuur voor een Scientific Wikipedia is rap gebouwd. Platformen als Academia.edu, Mendeley en ResearchGate zijn het begin: een snelle, open en beweeglijke uitwisseling van data en bevindingen. Het is een kwestie van tijd totdat het monopolie van het selecte gezelschap van toptijdschriften wordt afgebroken. Daar wordt iedereen beter van: de maatschappij, maar ook de wetenschap zelf.

Het is inmiddels alweer 30 jaar geleden dat ik trots mijn eerste internationale publicatie in handen kreeg: een conceptuele beschouwing over principes van beslisgedrag in de Journal of Economic Psychology. Daarna volgde een decennium van publicaties zonder enig serieus empirisch werk. Hooguit nam ik hier en daar de moeite om wat beschrijvende statistieken of casusbeschrijvingen op te nemen om de theoretische argumentatie wat te stofferen. Perikelen rond kwesties als “publication bias”, “p-hacking” of “HARKing” gingen daarom volledig aan mij voorbij. Pas in 1995 zagen twee “echte” empirische studies het licht waaraan ik had bijgedragen, inclusief de verzameling van originele data. De ene was in feite niet meer dan een beschrijving van een nieuw databestand. Daar kwam geen enkele hypothese of p-waarde aan te pas. De andere was een experiment waarin twee hypothesen volledig werden gesteund, twee gedeeltelijk de p-waardetoets wisten te doorstaan en eentje werd verworpen. Van een replicatie was geen sprake. In de jaren daarna is p-waarde mijn tussennaam geworden in misschien wel honderd studies in disciplines als de bedrijfskunde, bestuurskunde, economie, politicologie, psychologie en sociologie. En elke keer werd zo’n studie ingeleid met het argument dat ook deze keer weer een nieuwe en originele bijdrage aan het kennisproductiebedrijf werd geleverd. Dat moest ook wel, omdat alleen dan (top)tijdschriften potentieel interesse hadden in het publiceren van de bevindingen.

Pas in 2015 heb ik mijn eerste meta-analyse gepubliceerd en pas in datzelfde jaar heb ik een petitie uitgebracht met een pleidooi voor verandering (klik hier voor de oorspronkelijke petitie uit 2015), die het jaar daarop in verkorte vorm in een tijdschrift is verschenen (klik hier voor de gepubliceerde versie uit 2016). En pas in 2017 heb ik enkele replicatie-initiatieven gelanceerd. Gelukkig is “beter laat dan nooit” een waarheid als een koe. De nadruk op p-waarden moet verdwijnen. Allerlei dubieuze onderzoekpraktijken, van datamassage achter gesloten deuren tot “p-hacking”, moeten worden ontmoedigd. Repliceren moet gewoon worden, evenals het publiceren van nulbevindingen. Preregistratie van onderzoekontwerpen (inclusief voorspellingen) en dataopenheid moeten de standaard zijn. Dat vergt een radicale ommezwaai. Tijdschriften moeten het beleid aanpassen. Dat is aan het gebeuren. Samen met Sjoerd Beugelsdijk en Klaus Meyer heb ik bijvoorbeeld nieuw beleid geïntroduceerd bij het toptijdschrift Journal of International Business Studies in de internationale bedrijfskunde (klik hier voor dat redactionele pleidooi uit 2017 voor nieuwe praktijken). Een vergelijkbare koerswijziging zit in de pijplijn bij de British Journal of Management. Andere tijdschriften hebben hetzelfde gedaan of zullen spoedig volgen.

Verandering bij tijdschriften is noodzakelijk, maar niet voldoende. De opknapbeurt van de wetenschap vergt verregaande institutionele vernieuwing. De nadruk op kwantiteit (“publish or perish”) is contraproductief. In het personeelsbeleid moeten kwaliteit en menselijkheid centraal staan. Praktijken uit het New Public Management (“bedrijfsleventje spelen”) moeten het raam uit. Samenwerken moet belangrijker zijn dan concurreren. De impactfactor en h-index moeten worden bijgezet in het mausoleum van de wetenschap. Repliceren moet een standaardonderdeel van elke doctoraatsopleiding worden. Interactie met de samenleving moet in aanzien stijgen. En nog veel meer. Een estafette, inderdaad, maar wel eentje op een hindernisbaan. Maar waar een wil is, is een weg.

Graag geef ik het stokje door aan José van Dijck. Als president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) heeft zij menig initiatief gelanceerd om verdere stappen te zetten in de richting van Open Science.

Het is een stukje geworden waarin het werkwoord “moeten” overuren maakt. Het is niet anders. Maar ik ben optimistisch. Het tij is aan het keren.

Arjen van Witteloostuijn

Decaan van de School of Business and Economics van de VU Amsterdam

Tweede Estafetteloper Rosanne Hertzberger http://www.reblab.org/open-kitchen-science-log/mijn-100-meter-in-de-npos-estafette/

Eerste Estafetteloper Egon Willighagen http://chem-bla-ics.blogspot.nl/2017/12/de-nationaal-plan-open-science.html

Nationaal Plan Open Science https://www.openscience.nl/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *